De van oorsprong Hongaarse choreograaf Krisztina de Châtel heeft meer dan vijftig choreografieën en twee dansfilms gemaakt. De voorstellingen van Krisztina de Châtel draaien rond contrasten en confrontaties: kwetsbare menselijke lichamen staan tegenover natuurelementen als wind, aarde en water, of de imposante ruimte van een kerkgebouw of machineloods. Ook binnen het lichaam zelf woedt een strijd: tussen passie en beheersing, tussen individuele vrijheid en de anonimiteit en geborgenheid van het collectief.

Regelmatig werkt ze buiten de muren van het theater: de gebruikte ruimte en aanwezige kunstwerken en/of materieel vormen een inspiratiebron en wezenlijk onderdeel van de choreografie. Eén van de drijfveren van De Châtel is om mensen een bijzondere ruimte op een andere manier te laten beleven. Ook werkt de choreografe regelmatig met groepen mensen buiten de danswereld. De choreografieën van Krisztina de Châtel tonen in toenemende mate haar visie op de maatschappij.

 

Krisztina de Châtel werd op grond van haar werk onderscheiden met de Sonja Gaskell Prijs en met de choreografieprijs van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties. In oktober 2000 werd De Châtel voor haar gehele oeuvre onderscheiden met de Prijs van de Nederlandse Dansdagen en in 2001 werd ze voor haar verdiensten voor de Nederlandse dans benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In 2002 kreeg Krisztina de Châtel de Prijs van de Kritiek door de Kring van Nederlandse Theatercritici toegekend. Bij het afscheid van haar eigen dansgroep in december 2008 ontving Krisztina de Châtel de Frans Banninck Cocq Penning van de gemeente Amsterdam voor haar verdiensten voor de stad. Augustus 2010 werd zij opnieuw geëerd door  de hoofdstad, ditmaal met de Amsterdamprijs voor de Kunst 2010.

 

Meer dan dertig jaar lang heeft Krisztina de Châtel artistiek leiding gegeven aan haar eigen gezelschap Dansgroep Krisztina de Châtel.  Sinds 1 maart 2011 maakt De Châtel deel uit van de artistieke raad van Dansgroep Amsterdam.